
Een betere manier om je biosensoren op te warmen
Bij het maken van biosensoren is warmte een lastig element. Je hebt er juist behoefte aan om de polymeren te laten harden en de biologische lagen actief te maken. Maar als je te veel warmte gebruikt, kan het substraat beschadigen.
Lang werd er gebruik gemaakt van convectieovens. Maar eerlijk gezegd zijn die apparaten erg onhandig. We hebben ze vervangen door infraroodlampen. Dit is een veel efficiëntere manier van werken, en het bespaart ook veel ruimte in het laboratorium.
Houd op met het opwarmen van de lucht
Stel je een traditionele oven voor: je verbruikt veel energie om de lucht en de metalen wanden van de oven op te warmen, terwijl de sensoren nog lang niet warm zijn. Dat is verspilling.
Infraroodlampen werken anders. Ze geven energie rechtstreeks af op het chipsubstraat. We stellen deze lampen zo in dat ze precies op de juiste plekken warmte afgeven. Hierdoor wordt alleen waar nodig warmte gegenereerd. Het is een eenvoudige manier om de doelstellingen van de “Green Factory” te bereiken, zonder dat je er veel over na hoeft te denken.
Integratie in de productielijn
Het goede aan deze lampen is dat ze gemakkelijk kunnen worden geïntegreerd in de productielijn. Ze kunnen worden gebruikt als vervanging voor de oude verhittingsapparaten.
We gebruiken kortegolf-infraroodlicht, omdat dit goed doordringt in de lagen van de biosensor. De snelheid is ook enorm: je hoeft niet twintig minuten te wachten tot de oven klaar is. Je bereikt de gewenste temperatuur in een paar seconden.
De nadelen (want die zijn er altijd)
Er is één groot nadeel: deze lampen genereren veel warmte. Als je koelsystemen niet goed genoeg zijn, kun je problemen krijgen. Als de koelsystemen de overtollige warmte niet uit het apparaat kunnen halen, kunnen de sensoren beschadigen. Je moet dus een balans vinden tussen de vermogen van de lampen en de hoeveelheid warmte die je apparaat kan afvoeren.
Waarom dit belangrijk is
Het grote voordeel is dat je specifieke gebieden van de biosensor met warmte kunt behandelen, terwijl de rest van de chip koel blijft. Dit is erg handig wanneer je werkt met biomoleculen die gevoelig zijn voor hoge temperaturen.
Het maakt het hele proces eenvoudiger. Bovendien daalt je elektriciteitsrekening, want je gebruikt minder kilowatturen per chip. Het is gewoon logisch.